neerlandés » alemán

pro·vin·ci·aal1 <provin|cialen> [provɪnʃal] SUST. m (bekrompen persoon)

provinciaal

pro·vin·ci·aal2 [provɪnʃal] ADJ.

1. provinciaal (van een provincie):

provinciaal
Provinzial-
het provinciaal bestuur

2. provinciaal (kleinburgerlijk):

provinciaal

Ejemplos de uso para provinciaal

het provinciaal bestuur

Página en Deutsch | English | Español | Italiano | Polski